CT


Wat?

Een CT of computer tomografie-scanner is een toestel dat, met behulp van X-stralen gedetailleerde informatie geeft van het menselijke lichaam.
De tafel waarop je ligt zal tijdens het onderzoek bewegen, terwijl de X-stralen als een cilinder door je lichaam gaan. Op die manier wordt een driedimensioneel beeld verkregen.

 

Waarop kan je letten voorafgaand aan het onderzoek?

Voor sommige onderzoeken moet je nuchter zijn: nuchter op CT wil zeggen dat je 4 uur voorafgaand aan het onderzoek geen vaste voeding mag nemen. Een beperkte hoeveelheid water mag je wel drinken. Je medicatie mag je innemen, tenzij het gaat om pijnstillers en om medicatie voor suikerziekte; daar wacht je beter mee tot na het onderzoek.
Soms wordt contrast toegediend via de bloedvaten, soms moet je contrast drinken en soms zal men contrast toedienen via de aars: dit hangt af van wat de vraag is die gesteld wordt.

Contrast via de bloedvaten?
Om te weten of er ontsteking is /of bepaalde letsels contrast opnemen moet men contrast toedienen. Niet elk onderzoek zal dus met contrast gebeuren maar indien je contrast moet krijgen moeten een aantal zaken gecontroleerd worden: contrast kan effect hebben op de werking van je nieren, je kan allergisch zijn aan contrast of je kan nog maar net contrast gekregen hebben voor een ander: deze zaken moeten gecontroleerd worden vooraleer het onderzoek doorgaat. Vandaar dat men bij het maken van de afspraak al gegevens zal vragen om dit te controleren.

Contrast drinken?
Bij sommige vraagstellingen is het beter dat er contrast in de darmen zit om deze goed in beeld te brengen. De radioloog zal deze extra informatie gebruiken om tot een betere diagnose te kunnen komen. Het duurt wel even vooraleer het contrast dat je drinkt goed in de darmen terechtkomt: je moet doorgaans anderhalf uur op voorhand komen en op geregelde tijdstippen dit contrast drinken totdat de darmen voldoende gevuld zijn.

Contrast via de aars?
Indien men specifieke vragen heeft voor de dikke darm, of men wil een uitgebreid onderzoek doen naar ontsteking (zoals bijvoorbeeld ontsteking van de appendix), dan zal men via de aars ook contrast inbrengen in de dikke darm. 

Is het contrast dat in de bloedbaan wordt gespoten hetzelfde als het contrast dat men soms moet drinken of het contrast dat men soms opspuit via de aars?
Neen. Het kan zijn dat je allergisch bent aan contrast in de bloedbaan maar toch contrast mag drinken of opgespoten krijgen. Dit komt omdat de samenstelling van het contrast anders is. Hierover oordeelt de radioloog. 

Mag ik als ouder aanwezig zijn in de zaal als mijn kind dit onderzoek krijgt?
Dit wordt afgeraden. Het onderzoek is noodzakelijk maar geeft wel X-stralen en dit zijn stralen die je best vermijdt. Het scannen van een patiënt is een weloverwogen beslissing die genomen wordt in samenspraak tussen jouw arts en de radioloog en dit moet verantwoord zijn. Terzelfdertijd moeten we alle andere mensen zoveel mogelijk beschermen tegen de blootstelling aan X-stralen. Het nodige wordt gedaan om het kind zoveel mogelijk te laten wennen aan de zaal en de omgeving om alles zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

 

Hoe maak je een afspraak?

Een afspraak maken kan je telefonisch doen:

  • campus Knokke-Heist : +32 (0)50 63 30 70,
  • campus Blankenberge : +32 (0)50 43 40 70

Voor dit onderzoek is altijd een afspraak nodig.
 

Hoe verloopt het onderzoek?

  • Meld je aan aan de receptie van de radiologie. In Knokke bevindt de receptie van de radiologie zich voorbij de inkomhal aan de linker zijde. In Blankenberge bevindt de receptie zich op de eerste verdieping achter en rechts van de loketten. Je hoeft je niet in te schrijven vooraan in het ziekenhuis, tenzij het de eerste maal is dat je naar de radiologie komt.
  • Nadien neem je plaats in de wachtzaal en zal een verpleegkundige of medisch beeldvormer je oppikken en begeleiden naar de juiste zaal. Men zal je vragen naar je volledige naam en geboortedatum, dit is in het eigen belang om patiëntverwisselingen te voorkomen.
  • Stof heeft geen storende functie bij een CT scan, metaal daarentegen wel (denk hierbij aan knopen, de rits van broeken of truien, ..) Daarom zullen bepaalde kledingstukken wel moeten worden uitgedaan. In de kleedkamer zal je bepaalde kledij moeten uitdoen afhankelijk van het type onderzoek. Ook moeten de juwelen verwijderd worden (denk maar aan de oorringen bij een CT van het hoofd of een ketting bij een scan van de borstkas): laat dus op voorhand best zoveel mogelijk juwelen thuis.
  • In de zaal zal je plaatsnemen op het toestel. Afhankelijk van wat gescand wordt zal je met het hoofd eerst of met de voeten in de machine geplaatst worden.
  • Eerst begint de voorbereiding waarbij men eventueel een infuus of sonde zal plaatsen als er contrast moet toegediend worden. Daarna zal de tafel meermaals bewegen door de buis, dit is om de positie zo goed mogelijk te bepalen. U zal instructies krijgen (vb “diep inademen en stoppen met ademen” of “niet bewegen” of “niet slikken”…). Dit hangt af van het type onderzoek. Soms zal men je aan de monitor leggen, om alles nog beter te kunnen controleren. Dit hoeft niet altijd.
  • Daarna start de scan zelf. Indien contrast ingespoten wordt, dan zal je het doorgaans warm krijgen. Sommige mensen krijgen een metaalsmaak of hebben het gevoel te moeten plassen, dit hoort bij de inspuiting van het contrast. De verpleegkundigen kunnen je via een microfoon altijd horen en communiceren tijdens het onderzoek.
  • Na het onderzoek komt de verpleegkundige terug in de zaal en zal die je even laten bekomen. Nadien mag je terug de kledij aandoen.
  • Soms moet je even wachten in de wachtzaal totdat de radioloog de beelden heeft bekeken om te zien of het onderzoek technisch in orde en voldoende is. Ook kan het zijn dat men beslist om het buisje in de arm nog even te laten zitten uit veiligheid.
  • Als alles in orde is en het onderzoek volledig is afgewerkt, mag je de dienst verlaten.


Hoelang duurt het onderzoek?

Dit kan zeer veel variëren: voor sommige onderzoeken is maar een korte onderzoekstijd nodig, voor andere zal men meer tijd nodig hebben. Een groot deel hangt af van het lichaamsdeel dat moet onderzocht worden en van de specifieke vraag die moet beantwoord worden. Een gemiddeld onderzoek duurt tussen de 10 en 30 min.
Hou er wel rekening mee dat het onderzoek door onvoorziene omstandigheden later kan starten dan gepland.


Zijn er nevenwerkingen achteraf?

  • Indien er contrast werd ingespoten in een bloedvat kan een contrastallergische reactie zich voordoen. Vroeger gebeurde dit veel frequenter maar de huidige contrastmiddelen zijn veel veiliger. De verpleegkundigen en radiologen zijn opgeleid om dit adequaat te herkennen en te reageren indien er zich een reactie voordoet. De meeste contrastallergische reacties doen zich voor aansluitend op het onderzoek en worden onmiddellijk gedetecteerd maar uitzonderlijk kan het zijn dat je reeds vertrokken bent naar huis en er zich een milde reactie voordoet.
Indien je blaasjes krijgt op de huid, een zwelling in de keel, plotse heesheid, roodheid in het gelaat, of moeilijkheden krijgt met ademen, dan kan dit een contrastallergische reactie zijn . De meeste reacties beperken zich tot blaasjes. Je mag hier niet mee wachten en je moet je terug aanmelden op de radiologie, spoedgevallen of bij de huisarts.
  • Indien je contrast hebt moeten drinken, of men heeft contrast toegediend via de aars, dan kan het zijn dat je diarree hebt in de dagen volgend op het onderzoek. Dit is normaal en daar hoef je je geen zorgen over te maken. Indien het storend zou zijn, kan je jouw huisarts om raad vragen.

 

Wat met het resultaat?

  • Voor niet dringende opnames wordt het verslag gemaakt door de radioloog en aan de aanvragende arts bezorgd. De meeste artsen in de regio zijn aangesloten op Medibridge, een systeem dat via internet het resultaat online bezorgt aan de huisarts via beveiligde verbindingen. Dit gaat vrij snel maar het lukt niet altijd om het resultaat op de avond zelf al bij de aanvragende arts te krijgen. Doorgaans is het verslag er wel de dag nadien.
  • Indien het om dringende zaken gaat, zal de radioloog proberen om contact op te nemen met uw arts en zal het beleid besproken worden. Zo kan het gebeuren dat je, in het geval van een breuk of een longontsteking doorverwezen wordt naar de dienst spoedgevallen. Dit gebeurt enkel na overleg en goedkeuring van de verwijzende arts (of zijn/haar collega indien het gaat om een groepspraktijk). Indien de verwijzende arts niet kan bereikt worden en de radioloog oordeelt dat het gaat om een dringende of levensbedreigende zaak, zal je doorverwezen worden naar de dienst spoedgevallen.